Fontys 21+ toets

Moet je de Fontys 21+ toets afleggen? Voor deze toelatingstest maak je twee subtoetsen: de Adaptieve Capaciteiten Test (ACT) Algemene Intelligentie van testbureau Ixly en (afhankelijk van de opleiding) een Nederlandse taaltoets. Gebruik de voorbeelden op deze pagina om je voor te bereiden op ieder onderdeel van deze toelatingstest.

Wil je meer oefenen? Met het Fontys 21+ oefenpakket krijg je toegang tot 1000+ oefenvragen en testsimulaties, uitgebreide uitleg per testonderdeel en handige studiegidsen in het Nederlands en Engels.

Kies je voor het 30-dagen pakket? Dan krijg je daar gratis de Nederlandse taaltraining bij. Dit is ideaal wanneer je Nederlandstalige Fontys-opleidingen wil gaan volgen.

Fontys 21+ Oefenpakket (ENG+NL)
Eenmalige betaling

Bereid je voor op je Fontys 21+ toets met:

  • 1000+ vragen en testsimulaties
  • Gerichte training in alle drie onderdelen: analogieën, cijferreeksen en figuurreeksen
  • Handige diagnostische tests om je voortgang te meten
  • Studiegidsen en uitleg per onderdeel, in zowel Nederlands als Engels
  • Handige scorerapporten na elk onderdeel
  • 100% online, direct beschikbaar
Eenmalige betaling. Geen abonnement.

Robert, productexpert bij JobTestPrep
Heb je vragen of opmerkingen over de Fontys 21+ toets? Stuur Robert dan gerust een e-mail:

Inhoudsopgave

Uit welke onderdelen bestaat de Fontys 21+ toets?

Welke onderdelen je krijgt, hangt af van de taal van je opleiding. Je moet alle onderdelen die je maakt halen om te slagen voor dit toelatingsexamen.

Sommige opleidingen vragen naast de 21+ toets nog om een gesprek of een inhoudelijke toets. Kijk daarom altijd op de pagina van je opleiding voor een compleet overzicht.

Verder is het handig om het volgende te weten over de ACT-test:

  • De test is adaptief. Je begint met een vraag van gemiddeld niveau. Beantwoord je een vraag goed, dan wordt de volgende moeilijker. Bij een fout antwoord wordt de volgende makkelijker.
  • Je krijgt niet altijd dezelfde vragen. Een subtest stopt zodra de test je niveau nauwkeurig genoeg heeft gemeten. Gemiddeld komt dit neer op ongeveer 15 tot 20 vragen per onderdeel.
  • Je hebt 45 seconden per vraag. Dat geldt voor alle drie de subtests. De hele ACT-test duurt meestal 20 tot 30 minuten.
  • Je score wordt vergeleken met hbo-niveau. Je hebt een stanine van 4 of hoger nodig op de totaalscore. Een stanine loopt van 1 tot 9; een 4 ligt net onder het gemiddelde van de hbo-normgroep.
  • Het gaat om je totaalscore. Een lagere score in een onderdeel kun je dus compenseren met een hogere score in een ander onderdeel.

Oefenen voor de ACT-capaciteitentest

Cijferreeksen

Bij dit onderdeel krijg je steeds een reeks getallen te zien die een vast patroon volgt. Je zoekt het patroon en bepaalt welk getal op de plaats van het vraagteken hoort. Je hebt geen ingewikkelde rekenkennis nodig, maar snel hoofdrekenen komt hier goed van pas. 

De onderstaande oefenvoorbeelden geven je een idee van wat je kan verwachten:

Cijferreeksen: voorbeeld 1

Welk getal hoort op de plek van het vraagteken?

1, 2, 4, 8, 16, ?

Klik op het juiste antwoord:

Fout

Juist!

Fout

Fout

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het juiste antwoord is (B) – 32.

Uitleg:

Elk getal wordt in de volgende stap verdubbeld.

Cijferreeksen: voorbeeld 2

Welk getal hoort op de plek van het vraagteken?

2, 5, 11, 23, 47, ?

Klik op het juiste antwoord:

Fout

Fout

Juist!

Fout

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het juiste antwoord is (C) – 95.

Uitleg:

Elk getal is het vorige getal keer 2, plus 1. Dus 47 × 2 + 1 = 95

Zo pak je cijferreeksen aan:

  1. Kijk eerst naar het verschil tussen opeenvolgende getallen.
  2. Groeien de getallen snel? Probeer dan vermenigvuldigen, eventueel met een kleine optelling erbij.
  3. Zie je geen patroon? Kijk of twee reeksen om en om lopen (de 1e, 3e en 5e getallen en de 2e, 4e en 6e getallen).
  4. Controleer je antwoord op het hele patroon voordat je verdergaat.

Oefen ook hoofdrekenen met tafels tot 20, kwadraten en machten van 2. Dat scheelt veel tijd binnen de 45 seconden die je per vraag krijgt.

Figuurreeksen

Bij dit onderdeel zie je bij elke vraag een reeks figuren die volgens één of meer regels verandert. Je kiest welke figuur de reeks logisch voortzet. Dit onderdeel test je vermogen om abstract te redeneren.

Gebruik de onderstaande voorbeeldvragen om je voor te bereiden:

Figuurreeksen: voorbeeld 1

Welk figuur volgt logisch in de reeks?

Klik op het juiste antwoord:

Fout

Fout

Fout

Fout

Juist!

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het correcte antwoord is (E):

Uitleg:

De hartvorm en de ster schuiven bij elke stap één plek met de klok mee. De cirkel met een kruis en de driehoek schuiven juist telkens één plek tegen de klok in.

Figuurreeksen: voorbeeld 2

Welk figuur past niet in de reeks?

Klik op het juiste antwoord:

Fout

Fout

Fout

Juist!

Fout

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het correcte antwoord is (D): 4.

Uitleg:

In deze vraag bevat elk figuur een vierhoek en een cirkel. In figuren 1, 2, 3 en 5 ligt de vierhoek bovenop de cirkel. In figuur 4 ligt juist de cirkel bovenop de trapezium. Daarom is antwoord 4 correct.

Mogelijke afleiders in deze vraag zijn:

  • De kleur van de cirkel: 3 zijn zwart, 2 zijn gearceerd
  • De verhouding tussen hoeken of zijden van de vierhoek

Veelvoorkomende regels in figurenreeksen:

  • Draaien: een element draait een vast aantal graden per stap.
  • Verschuiven: een element schuift telkens een positie op.
  • Tellen: een aantal lijnen, stippen of hoeken neemt toe of af.
  • Afwisselen: een kleur, vorm of opvulling wisselt elke stap.

Een goede manier om figuurreeksen aan te pakken is om één element tegelijk te volgen, door de hele reeks. Kijk goed of je een patroon ziet, en schrap dan de antwoordopties die niet aan dit patroon voldoen. Herhaal dat voor het volgende element tot er één optie overblijft.

Verbale analogieën

Bij dit onderdeel krijg je een woordpaar te zien met een bepaalde relatie. Je kiest het woordpaar uit de opties dat dezelfde relatie heeft. De ACT-test gebruikt bewust eenvoudige woorden. De uitdaging zit dus in het ontdekken van de relatie en niet in je woordenschat.

Met de onderstaande oefeningen krijg je een idee van wat dit inhoudt:

Verbale analogieën: voorbeeld 1

Welk woord past logisch op de lege plek?

Kluis staat tot goud zoals schede staat tot ...

Klik op het juiste antwoord:

Fout

Fout

Juist!

Fout

Fout

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het juiste antwoord is (C) - zwaard.

Uitleg:

Een kluis beschermt goud, net zoals een schede een zwaard beschermt.

Verbale analogieën: voorbeeld 2

Kies welk woordpaar logisch op de plaats van het vraagteken hoort.

frequent : regelmatig = ? : ?

Klik op het juiste antwoord:

Juist!

Fout

Fout

Fout

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het juiste antwoord is (A) - uitkomst : gevolg.

Uitleg:

Frequent en vaak betekenen allebei dat iets regelmatig voorkomt. Het zijn synoniemen. Net zoals uitkomst en gevolg: beide verwijzen naar het effect dat iets heeft.

Een handige tip om verbale analogieën aan te pakken: maak van het eerste paar een korte zin, zoals ‘een schilder werkt met een kwast’. Zet daarna elk antwoord in diezelfde zin. Passen er twee? Formuleer je zin dan opnieuw, met meer detail.

Meer oefenen voor de ACT-test?

Met het Fontys 21+ oefenpakket van JobTestPrep kun jij jezelf grondig voorbereiden op dit toelatingsexamen. Met honderden oefenvragen, testsimulaties en uitgebreide studiegidsen oefen je met cijferreeksen, figuurreeksen en verbale analogieën.

Met het 30-dagen pakket krijg je bovendien ook gratis toegang tot de Nederlandse taaltraining, wat erg handig is als je dit toelatingsexamen voor een Nederlandstalige opleiding moet maken.

De Nederlandse taaltoets oefenen

De taaltoets voor Nederlandstalige opleidingen maak je op dezelfde dag, direct na de ACT-test. De toets komt ook van Ixly en bestaat uit drie onderdelen: begrijpend lezen, woorden en zinnen. Fontys vraagt een minimaal taalniveau op B2 (3F). Dat is ongeveer het niveau dat je aan het eind van de havo hebt.

Met de oefenvragen hieronder kun je je Nederlandse taalvaardigheid alvast trainen:

Begrijpend lezen (tekstbegrip)

Je leest korte teksten en beantwoordt over elke tekst vier vragen. Per tekst heb je ongeveer 3 minuten. Het onderdeel duurt 20 tot 25 minuten en is adaptief: het aantal goede antwoorden bepaalt hoe moeilijk de volgende tekst is.

Begrijpend lezen: voorbeeld 1

Lees de tekst en kies het juiste antwoord op de vraag:

Steeds meer gemeenten vervangen hun straatverlichting door ledlampen. Ledlampen verbruiken tot zestig procent minder stroom dan de oude natriumlampen. Daar staat tegenover dat de aanschaf duur is. Een gemeente verdient de investering pas na acht tot tien jaar terug. Bovendien klagen bewoners in sommige wijken over het koele, witte licht. Gemeenten kiezen daarom vaker voor lampen met een warmere lichtkleur, ook al zijn die iets minder zuinig.

Vraag 1. Wat is volgens de tekst de belangrijkste reden om over te stappen op ledlampen?

Fout

Juist!

Fout

Fout

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het juiste antwoord is (B) - Ze verbruiken minder stroom.

Uitleg:

De tekst noemt het lagere stroomverbruik als voordeel. In tegenstelling tot wat (A) beweert, is de aanschaf juist duur. Ook wordt nergens in de tekst gezegd dat bewoners om deze lampen vragen, of dat het licht bij ledlampen standaard warmer is.

Begrijpend lezen: voorbeeld 2

(Deze vraag gaat verder in op de tekst uit voorbeeld 1)

Wat blijkt uit de laatste zin?

Fout

Juist!

Fout

Fout

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het juiste antwoord is (B) Gemeenten leveren wat besparing in om bewoners tegemoet te komen.

Uitleg:

De laatste zin 'Ook al zijn die iets minder zuinig' laat zien dat gemeenten een nadeel (het inleveren op besparing) accepteren en dus niet stoppen met het gebruik van ledlampen. Antwoord C beweert dat ledlampen met warm licht zuiniger zijn, wat dus niet waar is. Ook wordt nergens vermeld dat bewoners om natriumlampen vragen.

Woorden (spelling)

Bij dit onderdeel krijg je woorden te zien en moet je aangeven of de spelling van deze woorden goed of fout is. Dit onderdeel duurt ongeveer 10 minuten.

Woorden: voorbeeld 1

Geef aan of het woord goed of fout gespeld is.

Onmiddelijk

Fout

Juist!

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Dit woord is fout gespeld.

Uitleg:

Het woord 'onmiddellijk' wordt met dubbele 'd' én met dubbele 'l' geschreven.

Woorden: voorbeeld 2

Geef aan of het woord goed of fout gespeld is.

Geïnteresseerd

Juist!

Fout

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Dit woord is goed gespeld.

Uitleg:

Dit woord is goed gespeld, met een dubbele punt (trema) op de 'i' en met dubbele 's'.

Zo bereid je je het beste voor op dit onderdeel: herhaal de spellingregels die het vaakst fout gaan. Denk aan dubbele medeklinkers, trema’s, tussen-n, leenwoorden en woorden met -lijk en -heid. Twijfel je bij een woord? Ga dan af op je eerste indruk; lang staren maakt een woord meestal vreemder.

Zinnen (zinsopbouw en grammatica)

Bij dit onderdeel krijg je steeds een zin te zien die in een aantal delen is gesplitst. In één deel zit een grammaticale fout en jij moet aangeven welk deel dat is. Dit onderdeel duurt ongeveer 15 minuten.

Zinnen: voorbeeld 1

Geef aan welk deel van de zin fout is.

De directeur en zijn team / heeft gisteren de plannen / aan het bestuur / gepresenteerd.

Fout

Juist!

Fout

Fout

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het juiste antwoord is (B) heeft gisteren de plannen

Uitleg:

Het onderwerp is meervoud (de directeur en zijn team), dus de persoonsvorm heeft moet hebben zijn.

Zinnen: voorbeeld 2

Geef aan welk deel van de zin fout is.

Mijn zus is / veel groter / als mijn broer, / maar kleiner dan mijn vader.

Fout

Fout

Juist!

Fout

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het juiste antwoord is (C) als mijn broer,

Uitleg:

Na de vergrotende trap (groter) gebruik je dan, niet als.

Zo bereid je je goed voor: oefen vooral werkwoordspelling, de persoonsvorm bij samengestelde onderwerpen, dan/als, hun/hen/zij en verwijswoorden zoals die/dat. Lees elk zinsdeel apart en vraag je af of het klopt met de rest van de zin.

Bereid je goed voor op de Fontys 21+ toets

  1. Bepaal welke onderdelen je krijgt. Bij Nederlandstalige opleidingen krijg je de ACT-test en een Nederlandse taaltoets. Bij Engelstalige opleidingen krijg je alleen de ACT-test, plus een Engelse taaltoets die je zelf buiten Fontys om moet halen.
  2. Maak een nulmeting. Doe per onderdeel een oefentest zonder voorbereiding. Zo zie je waar je de meeste punten laat liggen.
  3. Leer de vraagtypen per onderdeel. Oefen eerst zonder tijdsdruk en lees bij elke fout de uitleg. Het doel is dat je de patronen leert herkennen.
  4. Oefen daarna op tijd. Werk met 45 seconden per vraag voor de ACT-test. Zo raak je gewend aan het tempo van de echte test.
  5. Oefen op hbo-niveau. Omdat de ACT adaptief is, krijg je moeilijkere vragen als het goed gaat. Oefen dus ook met de moeilijkste vragen.
  6. Sluit af met volledige simulaties. Maak de onderdelen achter elkaar, net als op de toetsdag.

Begin minimaal twee tot drie weken voor je toetsdatum. Een half uur per dag oefenen levert meer op dan één lange sessie vlak van tevoren!

Oefen met het Fontys 21+ oefenpakket van JobTestPrep

Zorg dat je optimaal bent voorbereid met het Fontys 21+ oefenpakket van JobTestPrep. Dit oefenpakket is samengesteld om de drie onderdelen van de Ixly ACT-test grondig te oefenen op meerdere moeilijkheidsniveaus.

Hiermee krijg je toegang tot:

  • 1000+ vragen en testsimulaties
  • Gerichte training in alle drie onderdelen: analogieën, cijferreeksen en figuurreeksen
  • Handige diagnostische tests om je voortgang te meten
  • Studiegidsen en uitleg per onderdeel, in zowel Nederlands als Engels
  • Handige scorerapporten na elk onderdeel
  • Een 100% online oefenpakket, direct beschikbaar

Wil je de Nederlandse taaltoets ook oefenen? Dan kun je het Nederlandse taaltraining-pakket bij je bestelling voegen.  

Wil je je zo goed mogelijk voorbereiden op de Fontys 21+ toets? Dan is het aan te raden om minimaal 3 weken van tevoren te starten met oefenen. Met het 30-dagen pakket krijg je bovendien gratis toegang tot de Nederlandse taaltraining!

Veelgestelde vragen over de Fontys 21+ toets

De inschrijvingskosten voor dit toelatingsexamen zijn € 150. Je betaalt de factuur uiterlijk 4 werkdagen voor de toets. Bij vrijstelling voor de taaltoets krijg je geen korting.


Schrijf je eerst in via Studielink en laat het veld vooropleiding leeg. Met je Fontys-account meld je je daarna aan voor een toetsdatum, uiterlijk 2 weken van tevoren.


Je maakt dit 21+ toelatingsexamen op de Fontys campus Rachelsmolen in Eindhoven. Je maakt de toets niet thuis.


Het wordt aangeraden om in ieder geval een laptop met volle accu, een geldig legitimatiebewijs en pen en papier mee te nemen. Je mag tijdens de toets ook een noise-cancelling koptelefoon gebruiken.


Je mag om extra tijd vragen bij onder meer dyslexie, dyscalculie, ADHD, autisme of een visuele beperking. De studentendecaan beoordeelt je aanvraag.


Je mag niet-behaalde onderdelen na 1 jaar herkansen. Heb je één onderdeel behaald, dan blijft dat 5 jaar geldig en herkans je alleen de onderdelen die je niet behaald hebt.



Close