Matrigma test oefenen



De Matrigma test is een moeilijke capaciteitentest, maar hij is goed te oefenen. Door te trainen leer je sneller patronen herkennen en vergroot je de kans op een hoge score. Op deze pagina lees je hoe de test werkt, kun je de Matrigma test gratis oefenen en krijg je tips om elke vraag slim aan te pakken.

Wil je je perfect voorbereiden op je Matrigma test? Gebruik dan ons uitgebreide Matrigma oefenpakket. Het bevat 400+ oefenvragen, studiegidsen, testsimulaties onder tijdsdruk en voorbereiding op zowel de Classic Matrigma als Adaptive Matrigma test.


Matrigma uitlegvideo
Matrigma oefenpakket (EN)

Eenmalige betaling

Bereid je voor op je Matrigma test met:

  • 400+ oefeningen in oplopende moeilijkheid
  • 10+ volledige testsimulaties onder tijdsdruk
  • Keuze tussen Classic en Adaptive Matrigma
  • Extra oefeningen voor moeilijke matrixen
  • Studiegidsen en uitgebreide uitleg per vraag
  • 100% online, direct beschikbaar
Eenmalige betaling. Geen abbonement.

Robert, productexpert bij JobTestPrep
Heb je een vraag over de Matrigma test? Stuur ons dan gerust een e-mail:

Inhoudsopgave

Wat is de Matrigma test?

De Matrigma test is een veelgebruikte selectietest tijdens sollicitaties. De test bestaat uit abstracte redeneervragen: je ziet een matrix van negen vakjes met figuren, waarvan er één ontbreekt. Aan jou de taak om te bepalen welk figuur logisch in het lege vakje past.

Omdat de test geen woorden of cijfers gebruikt, is hij taal- en cultuurvrij. Dat maakt de Matrigma een eerlijke manier om iemands redeneervermogen te beoordelen.

De Matrigma test is ontwikkeld door assessmentbureau Assessio en wordt door veel bekende organisaties ingezet tijdens selectietrajecten, waaronder de Rabobank, de Rijksoverheid en Capgemini.

Let op: matrixvragen komen niet alleen voor in de assessments van testaanbieder Assessio. Ook in veel andere cognitieve testen spelen matrixen een belangrijke rol. Wil je je niet alleen voorbereiden op de Matrigma test, maar ook op andere soorten matrixen? Oefen dan via onze algemene pagina over matrixen.

Classic Matrigma vs Adaptive Matrigma

Er bestaan twee versies van de Matrigma test: de Classic Matrigma en de Adaptive Matrigma. Ze lijken qua inhoud sterk op elkaar, maar het testverloop en de manier van scoren verschillen. Een vergelijking:

Kenmerk Classic Matrigma Adaptive Matrigma
Aantal vragen 35 Zoveel mogelijk binnen 12 min
Tijdsduur 40 minuten 12 minuten
Moeilijkheid Wordt steeds moeilijker Past zich aan op jouw niveau
Scoreberekening Vergelijking met normgroep Gebaseerd op bereikt niveau
Pauze mogelijk Nee Nee

Klik hieronder op de versie die jij moet maken voor meer gedetailleerde informatie:

De Classic Matrigma is de oorspronkelijke versie van de test. Je maakt 35 matrixvragen binnen een vaste tijdslimiet van 40 minuten. De moeilijkheidsgraad neemt stapsgewijs toe: de eerste vragen zijn eenvoudig, maar richting het einde wordt het uitdagender.

Je eindscore wordt vergeleken met een normgroep van andere kandidaten. Je prestaties worden dus beoordeeld ten opzichte van een grote populatie.


De Adaptive Matrigma test is een kortere, meer dynamische versie. Je krijgt 12 minuten om zoveel mogelijk vragen op te lossen. Bij elk goed antwoord krijg je een moeilijkere vraag; bij een fout juist een eenvoudigere.

De test ‘past zich aan’ aan jouw niveau, en jouw score is gebaseerd op het moeilijkheidsniveau dat je uiteindelijk bereikt.

Belangrijke tip: bij deze versie telt een goede start extra zwaar. Als je de eerste vragen fout hebt, wordt het lastig om je score nog op te krikken. Een paar keer oefenen maakt dus echt verschil.


Classic en Adaptive Matrigma oefenen

Ons Matrigma oefenpakket bereidt je voor op beide versies van de test.

Hoewel onze testsimulaties gebaseerd zijn op de klassieke Matrigma, zijn ze ook uitstekend geschikt als voorbereiding op de Adaptive Matrigma test. Beide testen gebruiken namelijk dezelfde soort vragen en logica.

De oefeningen, uitleg en studiegids in het pakket helpen je om de achterliggende patronen snel te herkennen en dat is precies wat je nodig hebt om op beide testversies goed te scoren.

Gratis Matrigma test oefenen

Hieronder vind je drie voorbeeldvragen zoals je die kunt tegenkomen tijdens de Matrigma test.

Elke vraag bestaat uit een raster van 3 bij 3 vakjes met figuren, waarvan één figuur ontbreekt. Het is aan jou om het patroon te herkennen en te bepalen welke van de zes antwoordopties het raster correct aanvult.

Snap je hoe Matrigma vragen werken? Maak dan de volledige (gratis!) Matrigma oefentest. Deze test bevat 10 vragen en wordt afgenomen onder tijdsdruk, net als tijdens het echte assessment. Na afloop ontvang je een duidelijk scorerapport, zodat je direct ziet wat je huidige niveau is.

Waarom Matrigma oefenen met JobTestPrep?

  • 400+ matrix oefenvragen met oplopende moeilijkheid
  • 10+ realistische Matrigma-simulaties die de echte test nauwkeurig nabootsen.
  • Ons oefenmateriaal bereid je voor op zowel Classic Matrigma als Adaptive Matrigma
  • Slimme tips en strategieën: leer hoe je patronen sneller herkent en fouten voorkomt met onze studiegidsen
  • Gedetailleerde feedback per vraag: zie direct waar je staat en waar je nog winst kunt behalen.

Hoe los je Matrigma vragen het snelste op? Leer deze 5 patronen herkennen

De vragen in de gratis Matrigma test lijken op het eerste gezicht ingewikkeld. Maar als je weet waar je op moet letten, worden de patronen voorspelbaar.

De meeste matrixvragen zijn namelijk gebaseerd op een van vijf logische regels. Door deze patronen te herkennen, beantwoord je de vragen sneller en nauwkeuriger.

Patroon 1: Progressie

Bij progressie verandert er iets stapsgewijs van figuur tot figuur. Dat kan bijvoorbeeld het aantal vormen zijn, de grootte, de kleur of de positie.

De verandering verloopt vaak van links naar rechts of van boven naar beneden. Soms in beide richtingen.

Zo pak je matrixen met een progressiepatroon aan:

  1. Kijk per rij of kolom wat er verandert in elk vakje.
  2. Tel hoeveel elementen er staan, of kijk naar rotatie, richting of grootte.
  3. Zoek het patroon: stijgt het aantal? Verplaatst een vorm zich steeds één vakje verder?
  4. Bepaal wat de logische volgende stap is in dat patroon.
  5. Kies het antwoord dat het patroon compleet maakt.

Tip: Vraag jezelf steeds af: wat verandert er precies, en in welk tempo? Vaak zit de sleutel in iets eenvoudigs zoals één extra element per stap.

Een voorbeeld van een matrix met een progressiepatroon:

Patroon 1 Matrigma progressie

Het juiste antwoord is D.

Uitleg:

In dit voorbeeld wordt bij elke stap een ruitvormig element (rombus) toegevoegd aan het figuur. Dit patroon (progressie) geldt zowel voor de rijen als voor de kolommen. In de rijen zie je een toevoeging met de klok mee, in de kolommen juist tegen de klok in. Antwoordoptie A lijkt misschien te kloppen qua aantal vormen, maar past niet bij het rotatiepatroon van de rij of kolom.

Tip: Je kunt dit patroon op twee manieren bekijken:

  1. Het figuur wordt stap voor stap visueel completer.

  2. Er wordt telkens één rombus toegevoegd.

De eerste aanpak is meer visueel ingesteld, de tweede meer analytisch. Kies wat voor jou het meest logisch aanvoelt. Hoe vaker je oefent, hoe beter je aanvoelt welke methode het beste werkt.


Patroon 2: Rotatie

Bij rotatie draait een vorm telkens een stukje, meestal in stappen van 90° of 180°, met of tegen de klok in. Dit gebeurt per rij of per kolom.

Het gaat hierbij niet om verplaatsen, maar echt om draaien binnen het vakje.

Zo pak je matrixen met een rotatiepatroon aan:

  1. Kies één duidelijk herkenbaar element in de matrix (bijv. een L-vorm, pijl of T).
  2. Kijk hoe die vorm in opeenvolgende vakjes gedraaid wordt.
  3. Bepaal het rotatiepatroon: 90°, 180°, 270°? Met of tegen de klok in?
  4. Pas dezelfde rotatiestap toe op de vorm in het laatste vakje.
  5. Kies het antwoord dat overeenkomt met die draaiing.

Tip: als je een symmetrische vorm hebt (zoals een vierkant), let dan goed op kleine verschillen zoals inkepingen of pijlen, anders zie je de rotatie over het hoofd.

Een voorbeeld van een matrix met een rotatiepatroon

patroon 2 matrigma rotatie

Het juiste antwoord is B.

Uitleg:

In dit voorbeeld draait elk figuur in een rij 90 graden met de klok mee ten opzichte van het vorige. Dit rotatiepatroon zie je duidelijk als je van links naar rechts kijkt binnen de rijen. Omdat het ontbrekende figuur helemaal rechts in de onderste rij staat, kun je ervan uitgaan dat ook hier een rotatie van 90 graden met de klok mee plaatsvindt.

Als je het middelste figuur op de onderste rij 90 graden met de klok mee draait, kom je uit bij optie B. Dat maakt dit het juiste antwoord.

Tip: Als alle figuren in een matrix hetzelfde aantal elementen bevatten, is er vaak sprake van rotatie. Zo kun je snel het juiste patroon bepalen.


Patroon 3: Frequentie

Bij frequentie draait het om hoe vaak iets voorkomt in een rij of kolom. Denk aan kleuren, vormen, richtingen of posities. Het gaat dus niet om een volgorde of beweging, maar om aantallen en herhaling.

Zo pak je matrixen met een frequentiepatroon aan:

  1. Kijk per rij of kolom welke elementen (vormen, kleuren of richtingen) voorkomen.
  2. Tel hoe vaak elk element voorkomt.
  3. Zoek naar patronen zoals: "Twee dezelfde, één afwijkend" of "Elke vorm komt precies één keer voor"
  4. Bepaal welke vorm nog ontbreekt of wat er moet terugkomen.
  5. Kies het antwoord dat het patroon in frequentie (aantallen) compleet maakt.

Het juiste antwoord is D.

Uitleg:

In deze matrix draait het om de frequentie (aantal) van een bepaalde vorm en de oriëntatie (de richting dat het figuur op wijst). In de eerste twee rijen zie je dat steeds twee van de drie driehoeken dezelfde kant op wijzen, terwijl de derde de tegenovergestelde richting heeft.

Het patroon is dus: twee dezelfde, één afwijkend.

Als je naar de kolommen kijkt, zie je dat het niet om de richting gaat, maar om de vormen zelf. In elke kolom komt een gelijkzijdige driehoek, een rechthoekige driehoek en een trapeziumvormige driehoek voor — allemaal precies één keer.

In de derde kolom ontbreekt nog een gelijkzijdige driehoek. Omdat er al twee driehoeken zijn met de punt naar beneden, moet de ontbrekende driehoek naar boven wijzen om het patroon van 'twee dezelfde, één afwijkend' te behouden.

Daarom is antwoord D correct.

Tip: Als je vermoedt dat het om een frequentiepatroon gaat, begin dan met tellen. Dat helpt je snel de rode draad in het patroon te ontdekken.


Patroon 4: Constructie

Bij constructie worden twee figuren in een rij of kolom samengevoegd tot een derde. Je kunt het zien als optellen met vormen: wat je in twee figuren ziet, wordt gecombineerd in het derde figuur.

Zo pak je matrixen met een constructiepatroon aan:

  1. Kijk naar een rij of kolom als een combinatie van vakje 1 + vakje 2 = vakje 3.
  2. Vergelijk welke vormen in de eerste twee figuren staan.
  3. Kijk of de vormen letterlijk worden samengevoegd: worden alle elementen gecombineerd of blijft alleen het overlappende deel over?
  4. Pas dezelfde logica toe op de rij of kolom met het ontbrekende figuur.
  5. Kies het antwoord dat het patroon correct voortzet.

Tip: Let goed op vorm, positie en kleur. Soms zie je alleen de gedeelde elementen terug, soms alles gecombineerd. Probeer eerst letterlijk te ‘stapelen’ wat je ziet. Dat werkt vaak het snelst.

Een voorbeeld van een matrix met een constructie-patroon:

patroon 4 matrigma constructie

Het juiste antwoord is D.

Uitleg:

Deze matrix volgt een constructiepatroon: twee figuren worden samengevoegd tot een derde. In dit geval worden de eerste twee figuren op de onderste rij als het ware ‘opgeteld’ tot het derde figuur.

Je ziet dat elk vakje een bepaald patroon van witte en grijze vlakken bevat. In het derde figuur zijn de elementen uit de eerste twee figuren gecombineerd: alle vlakken die in de eerste of tweede figuur gevuld zijn, verschijnen ook in het derde figuur.

Antwoordoptie D laat deze combinatie als enige correct zien. Daarom is dit het juiste antwoord.

Tip: In moeilijkere matrixvragen is het constructiepatroon soms minder duidelijk. Niet alle onderdelen worden altijd samengevoegd. Let daarom goed op vorm, positie en kleur en probeer te ontdekken welke elementen worden overgenomen – en welke niet.


Patroon 5: Beweging

Bij beweging veranderen de vormen in een figuur van positie. De elementen zelf blijven hetzelfde, maar ze schuiven of draaien binnen het kader van het figuur.

Het gaat dus niet om draaien van vormen (zoals bij rotatie), maar om verplaatsingen binnen het figuur.

Zo pak je matrixen met een bewegingspatroon aan:

  1. Kijk goed naar de posities van de elementen binnen elk figuur.
  2. Vergelijk per rij of kolom hoe die elementen bewegen: Van links naar rechts? Met de klok mee? Zigzag?
  3. Zoek een vast patroon in de verplaatsing.
  4. Volg de beweging voor het ontbrekende figuur.
  5. Kies het antwoord waarin de elementen op de juiste nieuwe plek staan.

Een voorbeeld van een matrix met een beweging-patroon:

patroon 5 matrigma beweging

Het juiste antwoord is B.

Uitleg:

In elk figuur staan drie symbolen: een X, een hart en een cirkel. Deze symbolen bewegen in elke stap met de klok mee naar een nieuwe positie binnen het raster van het figuur.

Als je de figuren van links naar rechts bekijkt, zie je dat de symbolen telkens één positie opschuiven met de klok mee. De X gaat bijvoorbeeld van de linkerbovenhoek naar de rechterbovenhoek, dan naar rechtsonder, enzovoort.

Om het ontbrekende figuur te bepalen, kijk je naar de middelste figuur op de onderste rij. De volgende stap in de beweging zou zijn:

  • X naar linksboven

  • Cirkel naar linksonder

  • Hart naar rechtsonder

Dit komt overeen met antwoordoptie B. Daarom is dat het juiste antwoord.

Tip: Bij dit soort matrixen helpt het om één symbool te volgen in de rij of kolom en te kijken hoe het beweegt. Vaak draait het om vaste rotaties binnen het figuur. De bewegingen zijn nooit willekeurig: ze volgen altijd een logische volgorde binnen de vorm van het raster.


Meer oefenen als voorbereiding op je Matrigma assessment?

Bereid je gericht voor op zowel de klassieke als de adaptieve Matrigma-test met ons uitgebreide oefenpakket.

Je krijgt toegang tot meer dan 400 oefenvragen, realistische testsimulaties onder tijdsdruk, slimme tips, heldere uitleg en persoonlijke scorerapporten. Alles wat je nodig hebt om zelfverzekerd en goed voorbereid je test te maken.

Veelgestelde vragen over de Matrigma test

Bij de Adaptive Matrigma test wordt je score bepaald op basis van de moeilijkheidsgraad van de vragen die je hebt beantwoord. Als je een vraag goed hebt, krijg je een moeilijkere vraag. Bij een fout, een makkelijkere. Hoe moeilijker de vragen die je wél goed beantwoordt, hoe hoger je eindscore. Je wordt dus niet alleen beoordeeld op het aantal goede antwoorden, maar vooral op het niveau dat je hebt bereikt.


Bij de Classic Matrigma test is de score gebaseerd op het aantal vragen dat je correct hebt beantwoord binnen de tijdslimiet van 40 minuten. Deze score wordt vervolgens vergeleken met een grote groep andere kandidaten. Je krijgt een percentielscore die aangeeft hoe goed je hebt gepresteerd in vergelijking met anderen.


Er is geen vaste slaaggrens voor de Matrigma test – dat bepaalt de werkgever. In de praktijk geldt vaak dat je minstens in het 80e percentiel moet scoren om door te mogen naar de volgende ronde. Voor functies met hoge eisen aan denkvermogen of leersnelheid wordt soms een hogere score verwacht, bijvoorbeeld het 90e of 95e percentiel.


Werkgevers gebruiken de Matrigma test om een objectief beeld te krijgen van je probleemoplossend vermogen, logisch denken en leersnelheid. Omdat de test volledig non-verbaal is, laat hij goed zien hoe je patronen herkent en verbanden legt – los van opleiding, taal of achtergrond. Zo helpt de test bij het voorspellen van je potentieel op de werkvloer.


Ja. Ons oefenpakket is gebaseerd op de klassieke Matrigma, maar is ook uitstekend geschikt ter voorbereiding op de adaptive versie. Beide testen gebruiken namelijk dezelfde soort vragen en logica. De oefeningen, uitleg en studiegids in het pakket helpen je om de achterliggende patronen snel te herkennen – en dat is precies wat je nodig hebt om op beide testversies goed te scoren.


Gebruik deze 7 tips om een goede kans te maken om voor je Matrigma test te slagen:

  1. Herken eerst het patroon – dan pas het antwoord. Kijk niet direct naar de antwoordopties. Analyseer eerst het patroon in de matrix zelf. Als je eenmaal weet wat er verandert, zie je het juiste antwoord sneller.
  2. Werk per rij, per kolom of per element. De logica zit soms in de rijen, soms in de kolommen, en soms in allebei. Analyseer één eigenschap tegelijk: vorm, positie, kleur, of rotatie. Dat maakt complexe vragen overzichtelijker.
  3. Sluit foute antwoorden uit. Als je het patroon lastig vindt, kijk dan juist naar wat niet klopt. Door verkeerde antwoorden weg te strepen, blijft het juiste over.
  4. Hou de ‘5 patronen’ in je achterhoofd. Bijna elke Matrigma-vraag volgt één van de vijf patronen die we hierboven hebben besproken: Progressie, Rotatie, Frequentie, Constructie of Beweging. Als je het patroon niet meteen ziet, denk dan terug aan deze vijf. Grote kans dat de matrix één van deze patronen volgt.
  5. Verspil geen tijd aan lastige vragen. Geef jezelf maximaal 1 minuut per matrix. Lukt het niet? Ga dan door naar de volgende vraag. Bij de Classic Matrigma test kun je later nog terugkeren naar gemiste vragen (indien je tijd over hebt). Door je tijd slim te verdelen, behaal je een betere totaalscore.
  6. Gok als je twijfelt. Er zijn geen strafpunten voor foute antwoorden. Als je het niet zeker weet: neem een gok. Iets invullen is altijd beter dan niets.
  7. Oefen onder tijdsdruk. Je krijgt bij Classic Matrigma ruim één minuut per vraag. Bij Adaptive Matrigma 12 minuten om zoveel mogelijk vragen te beantwoorden. Snel werken is daarom van belang. Train jezelf om de patronen snel te herkennen en de juiste antwoorden te kunnen geven.


Close