Laatst bijgewerkt: 11 juni 2026
Wil je vlieger worden bij Defensie? Dan krijg je tijdens de selectieprocedure te maken met de Vliegercapaciteitentest 1 (VCT 1) en Vliegercapaciteitentest 2 (VCT 2). Deze assessments meten onder andere je ruimtelijk inzicht, numeriek redeneren, logisch denkvermogen en cognitieve prestaties onder tijdsdruk.
Met het oefenpakket voor de vliegercapaciteitentest bereid je je hierop voor. Het bevat:
7 dagen toegang tot:
24/7 Klantenservice
Niet goed?
Geld terug
1M+ tevreden gebruikers
De Vliegercapaciteitentest 1 (VCT 1) bestaat uit verschillende cognitieve onderdelen, waaronder cijferreeksen, figuurreeksen, analogieën en diagrammen. Deze vragen meten hoe snel en nauwkeurig je patronen herkent, logisch redeneert en informatie verwerkt onder tijdsdruk.
Probeer onderstaande voorbeeldvragen eerst zelfstandig op te lossen voordat je de uitleg bekijkt.
Bij figuurreeksen moet je visuele patronen herkennen in een reeks afbeeldingen. De figuren veranderen bijvoorbeeld van vorm, positie, richting of aantal elementen. Dit onderdeel meet je abstracte denkvermogen en vermogen om complexe patronen snel te analyseren.
Welke figuur volgt logisch in de reeks?
Klik op het juiste antwoord:
Juist!
Fout
Fout
Fout
Fout
Het juiste antwoord is (A).
De reeks bestaat uit objecten met vier lijnen met zwarte stippen aan het uiteinde. De lijnen bewegen om de beurt met de klok mee, beginnend bij de rechter lijn.
De draaiing neemt telkens met 45° toe:
Bij cijferreeksen krijg je een reeks getallen te zien waarin een logisch patroon verborgen zit. Het is aan jou om te ontdekken welke regel wordt toegepast en welk getal logisch volgt. Dit onderdeel test je numerieke inzicht, patroonherkenning en snelheid van redeneren.
Welk getal maakt de reeks logisch af?
11 | 4 | 14 | 16 | 27 | 39 | ?
Klik op het juiste antwoord:
Fout
Juist!
Fout
Fout
Het juiste antwoord is (B): 61.
11, 4, 14, 16, 27, 39, 61
(11+4)-1 (4+14)-2 (14+16)-3 (16+27)-4 (27+39)-5
Deze reeks is een variant op de bekende Fibonacci-reeks:
Elk getal is gelijk aan de som van de twee voorgaande getallen, min een getal. Dit getal neemt telkens met 1 toe.
Bij verbale analogieën draait alles om het herkennen van relaties tussen woorden. Je moet bepalen welke woorden op dezelfde manier met elkaar verbonden zijn als een gegeven woordpaar. Dit onderdeel test zowel je taalvaardigheid als je logisch redeneervermogen.
Maak de analogie logisch af.
Diversiteit staat tot gelijk zoals ______ staat tot ______
Klik op het juiste antwoord:
Fout
Fout
Fout
Juist!
Het juiste antwoord is: D. harmonie : in conflict
Wanneer er diversiteit in een groep is, betekent dit dat de elementen niet gelijk zijn. Op dezelfde manier betekent harmonie in een groep dat de elementen niet in conflict zijn.
Bij venn-diagrammen krijg je verschillende begrippen of categorieën te zien en moet je bepalen welke visuele weergave de juiste relatie toont. Dit onderdeel meet je vermogen om informatie logisch te structureren en verbanden te herkennen.
Welke visuele weergave past bij deze woordrelatie?
Energie – Hernieuwbare energie – Fossiele brandstoffen
Klik op het juiste antwoord:
Fout
Fout
Fout
Juist!
Fout
Het juiste antwoord is optie 4.
Er zijn drie begrippen: energie, hernieuwbare energie en fossiele brandstoffen.
Zowel hernieuwbare energie als fossiele brandstoffen behoren dus tot de grotere categorie energie, maar ze zijn onderling volledig gescheiden, omdat ze op verschillende principes zijn gebaseerd.
In het juiste diagram zie je daarom:
Let op: Soms wordt energie uit fossiele bronnen gecombineerd met hernieuwbare systemen (bijvoorbeeld in gemengde energievoorzieningen), maar in logische zin zijn het twee afzonderlijke soorten energie. Daarom is het juiste diagram dat van volledige insluiting van beide binnen energie, maar zonder overlap tussen hernieuwbare energie en fossiele brandstoffen.
Met ons Vliegercapaciteitentest Oefenpakket krijg je toegang tot meer dan 1.000 oefenvragen voor alle onderdelen van VCT 1, waaronder:
Daarnaast ontvang je uitgebreide studiegidsen voor elk onderdeel en oefen je met realistische testsimulaties onder tijdsdruk, zodat je goed voorbereid aan VCT 1 kunt beginnen.
De Vliegercapaciteitentest 2 (VCT 2) bouwt voort op de vaardigheden die tijdens VCT 1 worden gemeten. De nadruk ligt hierbij op ruimtelijk inzicht, numeriek redeneren en abstract logisch denken. Deze vaardigheden zijn essentieel voor toekomstige vliegers, die onder tijdsdruk complexe informatie moeten verwerken en snel beslissingen moeten nemen.
Probeer onderstaande voorbeeldvragen eerst zelfstandig op te lossen voordat je de uitleg bekijkt.
Bij matrixvragen krijg je een raster met figuren waarin een logisch patroon verborgen zit. Je moet ontdekken welke regel wordt toegepast en bepalen welk figuur op de lege plek hoort. Dit onderdeel meet je abstracte redeneervermogen en patroonherkenning.
Welk figuur past logisch op de lege plek in het raster?
Klik op het juiste antwoord:
Fout
Fout
Fout
Juist!
Het juiste antwoord is optie 4.
Uitleg:
In deze matrix loopt het patroon zowel horizontaal (per rij) als verticaal (per kolom). In elke rij en kolom verandert het aantal hartjes én hun kleur van vakje tot vakje. Elk vakje bevat een ander aantal hartjes en een andere kleur dan de andere vakjes in dezelfde rij of kolom.
Als we kijken naar de twee bekende vakjes in de rij: het ene heeft 3 hartjes, het andere 1. Het ontbrekende vakje moet dus 2 hartjes bevatten. Qua kleur zie je dat de eerste hartjes zwart zijn en de tweede oranje dus moet het derde vakje paarse hartjes bevatten. Optie 4 toont precies dat: 2 paarse hartjes.
Daarnaast geldt er een extra patroon: in elke rij en kolom is het totaal aantal hartjes steeds 6. Ook dat klopt bij optie 4.
Bij numeriek redeneren werk je met cijfers, verhoudingen, tabellen en praktische rekenkundige vraagstukken. Je moet relevante informatie herkennen en logische conclusies trekken op basis van numerieke gegevens.
Los de volgende verhaalsom zo snel mogelijk op:
Richard en Grace spreken af in een restaurant. Het is mooi weer, dus ze besluiten ernaartoe te wandelen. Richard vertrekt vanaf punt A, 820 meter vóór het punt waar Grace begint te lopen (punt B). Ze komen tegelijkertijd bij het restaurant aan.
Richard loopt zes keer zo snel als Grace. Wat is dan de verhouding tussen de afstanden die ze afleggen?
Klik op het juiste antwoord:
Fout
Juist!
Fout
Fout
Het juiste antwoord is (B) - 6:1.
Uitleg:
We weten dat ze tegelijk aankomen bij het restaurant en dat Richard sneller loopt dan Grace. De afstand die je aflegt hangt af van je snelheid en de tijd die je loopt.
De formule is:
snelheid = afstand ÷ tijd
Omdat ze even lang onderweg zijn, betekent dit: wie sneller loopt, legt automatisch meer afstand af.
Richard loopt 6 keer zo snel, dus hij moet ook 6 keer zoveel afstand hebben gelopen als Grace.
De verhouding tussen hun afstanden is daarom:
Richard : Grace = 6 : 1
Bij ruimtelijk inzicht moet je objecten en figuren in gedachten kunnen draaien, vouwen of bekijken vanuit een ander perspectief. Dit onderdeel meet je vermogen om driedimensionale informatie snel en nauwkeurig te verwerken.
Welke van de vier opties toont de juiste gevouwen kubus?
Klik op het juiste antwoord:
Juist!
Fout
Fout
Fout
Het juiste antwoord is (A).
In kubus (A) zit het groene vlak links van het lichtblauwe vlak en onder het rode vlak, precies zoals in de ongevouwen kubus. Daarom is dit het juiste antwoord.
Antwoord (B) is onjuist omdat het paarse en rode vlak tegenover elkaar liggen en elkaar dus niet kunnen raken.
Antwoord (C) is onjuist omdat het lichtblauwe en donkerblauwe vlak tegenover elkaar liggen en elkaar niet kunnen raken.
Antwoord (D) is onjuist omdat het grijze vlak niet voorkomt in de ongevouwen kubus.
Als je het lastig vindt om te zien welke vlakken tegenover elkaar liggen bij dit type ongevouwen kubus, kun je het model draaien naar een eenvoudigere versie zoals deze:
Met ons Vliegercapaciteitentest Oefenpakket krijg je toegang tot honderden extra oefenvragen voor alle onderdelen van VCT 2, waaronder ruimtelijk inzicht, numeriek redeneren en matrixen. Daarnaast ontvang je uitgebreide studiegidsen per onderdeel en oefen je met realistische testsimulaties onder tijdsdruk.
Zo weet je precies wat je kunt verwachten tijdens VCT 2 en ga je optimaal voorbereid de vliegerselectie in.
De Vliegercapaciteitentest (VCT) is een onderdeel van de selectieprocedure voor toekomstige vliegers bij de Koninklijke Luchtmacht. De test bestaat uit twee fases: Vliegercapaciteitentest 1 (VCT 1) en Vliegercapaciteitentest 2 (VCT 2).
Tijdens deze tests beoordeelt Defensie of je beschikt over de cognitieve vaardigheden die nodig zijn om de vliegeropleiding succesvol te doorlopen. Daarbij worden onder andere logisch redeneren, numeriek inzicht, patroonherkenning en ruimtelijk inzicht getest.
Het belangrijkste verschil tussen VCT 1 en VCT 2 is dat VCT 1 algemene cognitieve vaardigheden meet, terwijl VCT 2 zich richt op vaardigheden die specifiek relevant zijn voor vliegers.
VCT 1 bestaat uit:
VCT 2 bestaat uit:
VCT 2 wordt door veel kandidaten als uitdagender ervaren omdat de nadruk meer ligt op het verwerken van complexe visuele en ruimtelijke informatie.
VCT 1 en VCT 2 worden door veel kandidaten als moeilijk ervaren vanwege de combinatie van complexe vraagtypes en hoge tijdsdruk.
Tijdens de tests moet je snel patronen herkennen, logisch redeneren en nauwkeurig werken. Vooral ruimtelijk inzicht, matrixvragen en numeriek redeneren worden vaak als uitdagend ervaren. Door vooraf te oefenen raak je vertrouwd met de vraagtypes en kun je efficiënter werken tijdens de echte test.
Ja, je kunt je goed voorbereiden op zowel VCT 1 als VCT 2 door te oefenen met vergelijkbare vraagtypes.
Hoewel de exacte vragen van Defensie niet openbaar en aan verandering onderhevig zijn, komen de onderliggende vaardigheden steeds terug. Door te oefenen met cijferreeksen, figuurreeksen, analogieën, diagrammen, matrixen, numeriek redeneren en ruimtelijk inzicht leer je sneller patronen herkennen en vergroot je je kans op een goede score.
VCT 1 duurt 45 minuten. VCT 2 duurt meestal tussen de 1 en 2 uur.
Beide tests worden onder tijdsdruk afgenomen. Je moet dus niet alleen de vraagtypes begrijpen, maar ook snel en nauwkeurig kunnen werken. Oefen daarom altijd met een timer, zodat je gewend raakt aan het tempo van de echte Vliegercapaciteitentest.
VCT 1 bestaat uit vier cognitieve onderdelen:
Deze onderdelen meten onder andere logisch redeneren, patroonherkenning, taalvaardigheid en het vermogen om informatie snel te verwerken.
VCT 2 bestaat uit drie cognitieve onderdelen:
Deze onderdelen meten vaardigheden die belangrijk zijn voor vliegers, zoals het analyseren van complexe informatie, het herkennen van patronen en het interpreteren van objecten vanuit verschillende perspectieven.
Defensie publiceert geen officiële normscores voor VCT 1 en VCT 2.
Een goede score is daarom een score die hoog genoeg is om beter te presteren dan andere kandidaten binnen dezelfde selectieprocedure. Omdat de vliegeropleiding populair is en het aantal opleidingsplaatsen beperkt is, ligt de lat doorgaans hoog.
Als je VCT 1 of VCT 2 niet haalt, kun je meestal niet verder in de lopende selectieprocedure voor de vliegeropleiding.
Of en wanneer je opnieuw mag deelnemen aan de selectie hangt af van de op dat moment geldende regels van Defensie. Informeer hiervoor altijd bij je recruiter of contactpersoon binnen de selectieprocedure.
De beste voorbereiding bestaat uit het oefenen van alle onderdelen van VCT 1 en VCT 2 onder realistische omstandigheden.
Begin met het leren van de verschillende vraagtypes en oefen vervolgens regelmatig onder tijdsdruk. Besteed extra aandacht aan onderdelen die je lastig vindt en probeer de achterliggende patronen te begrijpen. Kandidaten die vooraf oefenen zijn vaak beter voorbereid op de vraagstelling, werken sneller en ervaren minder stress tijdens de selectie.
Eenmalige betaling. Geen abonnement.
Sinds 1992 hebben we al meer dan 1 miljoen kandidaten geholpen bij hun sollicitatie of assessment. We bieden meer dan 1.000 oefenpakketten aan voor capaciteitentests, persoonlijkheidstests en opleidingsassessments. Alle pakketten zijn afgestemd op bekende testaanbieders, opleidingen en werkgevers.