VIT test oefenen (Assessio)

Op deze pagina kun je oefenen voor de VIT (Volledige Intelligentie Test) en de SIT (Specifieke Intelligentie Test). Je krijgt uitleg, voorbeeldvragen en twee gratis oefentoetsen.

Perfect voorbereiden op je VIT of SIT test? Met ons VIT/SIT oefenpakket train je met 1.200+ oefeningen, studiegidsen voor elk onderdeel (cijferreeksen, analogieën, figuurreeksen en syllogismen) en maak je meerdere volledige oefentoetsen.

Eenmalige betaling

Bereid je voor op je Assessio test met:

  • 2.500+ oefenvragen met duidelijke uitleg
  • 30+ realistische simulaties onder tijdsdruk
  • Training voor VIT, SIT, Matrigma en Assessio Bloom
  • Voorbereiding op de TalentIndex persoonlijkheidstest
  • Praktische studiegidsen en scorerapporten
Eenmalige betaling. Geen abbonement.

Wat is de VIT / CIT test?

De VIT (Volledige Intelligentie Test) - ook wel CIT (Complete Intelligence Test) genoemd - is een samengestelde capaciteitentest die je algemene werk- en denkniveau meet. Je krijgt 68 vragen en hebt 30 minuten de tijd.

De test bevat verschillende soorten opgaven, zoals cijferreeksen, verbale analogieën, rekenvragen en syllogismen. Deze worden in willekeurige volgorde aangeboden, waardoor je telkens moet schakelen tussen verschillende denkstrategieën.

Daarnaast is de tijdsdruk is hoog: je hebt minder dan een halve minuut per vraag. Je score wordt bepaald op basis van hoeveel vragen je hebt beantwoord en hoeveel daarvan correct zijn. De VIT geeft zo een breed beeld van je cognitieve vaardigheden op mbo-, hbo- of wo-niveau.

De VIT (Volledige Intelligentie Test) of CIT (Complete Intelligence Test) bestaat uit een mix van 4 vraagtypen: cijferreeksen, verbale analogieën, rekenopgaven en syllogismen. Hieronder leggen we elk onderdeel uit, inclusief oplossingsstrategieën en voorbeelden.

1. Cijferreeksen

Cijferreeksen meten je vermogen om patronen in getallen te herkennen en door te trekken. Het gaat hierbij om logisch en analytisch denken, niet om ingewikkelde wiskunde.

Je krijgt een rij getallen waarbij er één of meerdere logische regels de volgorde bepalen. Jouw taak is om te achterhalen wat het patroon is en het volgende getal of de volgende getallen in te vullen.

Veelvoorkomende patronen zijn:

  • Optellen of aftrekken met een vast getal.
  • Vermenigvuldigen of delen.
  • Een combinatie van bewerkingen (bijv. +2, ×3, –4, …).
  • Afwisselende reeksen (bijv. de oneven en even getallen vormen eigen rijen).
  • Kwadraten, machten, priemgetallen of fibonacci-reeksen.

Zo los je cijferreeksen op:

  • Schrijf de tussenstappen op tussen opeenvolgende getallen.
  • Controleer of er sprake is van een vast patroon of een cyclisch patroon.
  • Werk systematisch: test je hypothese op de hele reeks.
  • Trek het patroon door en vul het juiste getal(len) op de lege plek in.

Twee voorbeelden:

Cijferreeks voorbeeld 1

Welk getal hoort op de plek van het vraagteken?

2, 6, 12, ?, 30

Klik op het juiste antwoord:

Fout

Juist!

Fout

Fout

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het juiste antwoord is (B) – 20.

Uitleg:

Er zijn twee manieren om deze cijferreeks te benaderen:

(1) De tussenstappen nemen steeds met 2 toe:

(2) Je kunt de getallen ook zien als producten van opeenvolgende getallen:

  • 1 x 2 = 2
  • 2 x 3 = 6
  • 3 x 4 = 12
  • 4 x 5 = 20
  • 5 x 6 = 30

Het ontbrekende getal in de reeks is dus 20.

Cijferreeks voorbeeld 2

Welke getallen horen op de plekken van de vraagtekens?

12 | 13 | 14 | 10 | 11 | 14 | ? | ?

Klik op het juiste antwoord:

Fout

Fout

Fout

Juist!

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het juiste antwoord is (D) – 8, 9.

Uitleg:

Er zijn twee manieren om deze cijferreeks te benaderen:

(1) De reeks bestaat uit drietallen die een vast patroon volgen:

  • Het eerste getal van elk drietal is telkens 2 minder dan het eerste getal van het vorige drietal: 12, 10, 8.
  • Het tweede getal is ook telkens 2 minder dan het tweede getal van het vorige drietal: 13, 11, 9.
  • Het getal 14 komt steeds op de derde plek van elk drietal voor.

(2) Je kunt de reeks ook als volgt bekijken:

Elk drietal is onderling verbonden en volgt deze regels:

  • Het tweede getal is steeds het eerste getal plus 1.
  • Het derde getal is altijd hetzelfde: 14.
  • Het eerste getal van elk drietal is gelijk aan het tweede getal van het vorige drietal min 3.

2. Verbale analogieën

Verbale analogieën meten je taalbegrip, woordenschat en vermogen om relaties tussen begrippen te herkennen. Het gaat niet om moeilijke definities, maar om logisch redeneren met woorden.

Je krijgt een woordpaar dat een bepaalde relatie heeft, bijvoorbeeld: "Dag staat tot Nacht zoals Warm staat tot …". Jij moet het ontbrekende woord kiezen dat dezelfde relatie behoudt.

Veelvoorkomende woordrelaties zijn:

  • Synoniemen (woorden met gelijke betekenis)
  • Antoniemen (woorden met tegengestelde betekenis)
  • Oorzaak en gevolg (regen – nat)
  • Deel en geheel (wiel – fiets)
  • Functie (sleutel – deur)

Zo los je verbale analogieën op:

  • Formuleer de relatie in je eigen woorden: "A is het tegenovergestelde van B" of "A veroorzaakt B".
  • Pas deze relatie toe op het tweede deel van de analogie.
  • Elimineer antwoordopties die niet precies de relatie weerspiegelen.
  • Kies het meest logische en consistente antwoord.

Een voorbeeld:

Analogie voorbeeld

Welk woord past logisch op de lege plek?

Nacht staat tot schemering zoals arts staat tot …

Klik op het juiste antwoord:

Fout

Fout

Juist!

Fout

Fout

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het juiste antwoord is (C) - Co-assistent.

Uitleg:

Schemering is het moment vlak voor de nacht. Op dezelfde manier is een co-assistent de laatste stap voor iemand arts wordt. Een student zit nog in een veel eerder stadium van de opleiding, net zoals de middag nog ver van de nacht ligt. Daarom is co-assistent het juiste antwoord.

3. Rekenopgaven

Rekenopgaven testen je numeriek inzicht en rekenvaardigheid onder tijdsdruk. Het gaat vaak om basisrekenen en logica, niet om complexe wiskunde.

Je krijgt korte berekeningen, tekstsommetjes of tabellen met cijfers. Het doel is om de juiste uitkomst te vinden binnen beperkte tijd. Hulpmiddelen zoals rekenmachines zijn meestal niet toegestaan.

Veelvoorkomende vraagtypen zijn:

  • Hoofdrekenen (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen).
  • Breuken en procenten.
  • Snel rekenen met verhoudingen of gemiddelden.
  • Tekstsommetjes waarbij je de juiste berekening moet afleiden.
  • Tabellen of grafieken waar je informatie uit moet afleiden.

Zo pak je rekenopgaven aan:

  • Werk systematisch en vermijd giswerk: schrijf berekeningen (desnoods in je hoofd) in kleine stappen uit.
  • Maak gebruik van schattingen: als er meerdere antwoordopties zijn, kun je vaak verkeerde antwoorden snel uitsluiten.
  • Oefenen, oefenen, oefenen. Als rekenen niet jouw sterkste kant is dan helpt het enorm om je goed voor te bereiden met oefenopgaven.

Twee voorbeelden:

Rekenopgave voorbeeld 1

Los de volgende som zo snel mogelijk op zonder een rekenmachine te gebruiken:

5/20 * ? = 1/5

Klik op het juiste antwoord:

Fout

Fout

Fout

Juist!

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het juiste antwoord is (D) - 4/5.

Uitleg:

Breuken maken het soms lastig. 

Stap 1: Maak de som simpeler
De breuk 5/20 kun je vereenvoudigen.
5 gedeeld door 20 is hetzelfde als 1/4.

Dus de som wordt nu:
1/4 × ? = 1/5

Stap 2: Wat moet je met 1/4 vermenigvuldigen om 1/5 te krijgen?
Je zoekt dus een getal dat je met 1/4 kunt vermenigvuldigen zodat je 1/5 krijgt.

Daarvoor kun je de som omdraaien:
1/5 ÷ 1/4 = ?

Stap 3: Delen door een breuk = vermenigvuldigen met het omgekeerde
1/5 ÷ 1/4 = 1/5 × 4/1 = 4/5

Dus het juiste antwoord is: 4/5

Rekenopgave voorbeeld 2

Welk percentage van het totale websiteverkeer in april en mei was afkomstig van Cuisine.net?

Klik op het juiste antwoord:

Fout

Fout

Fout

Fout

Juist!

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het juiste antwoord is (E) - 38,1%.

Uitleg:

Om dit te berekenen, tel je het aantal paginaweergaven van Cuisine.net in april en mei bij elkaar op: 35 + 45 = 80 miljoen

Daarna bereken je het totale websiteverkeer van beide websites in diezelfde maanden:
Cuisine.net: 35 + 45 = 80
Cooking.net: 70 + 60 = 130
Totaal: 80 + 130 = 210

Dan reken je het aandeel van Cuisine.net uit:
80 ÷ 210 = 38,1%

4. Syllogismen

Syllogismen toetsen je logische redeneervermogen en je vermogen om conclusies te trekken uit gegeven informatie. Het draait om zuiver redeneren, los van voorkennis of intuïtie.

Je krijgt een of meer stellingen (premissen), gevolgd door een mogelijke conclusie. Jij moet aangeven of de conclusie logisch volgt uit de stellingen. Bijvoorbeeld: Alle katten zijn dieren. Sommige dieren zijn wit. → Conclusie: Sommige katten zijn wit.

Zo los je syllogismen op:

  • Lees de stellingen nauwkeurig, zonder aannames te doen. Gebruik alleen de informatie die in de tekst staat.
  • Teken waar nodig eenvoudige schema’s of Venn-diagrammen om de logica te visualiseren.
  • Let goed op woorden als alle, sommige en geen. Kleine verschillen in formulering kunnen de conclusie veranderen.
  • Vermijd eigen kennis of intuïtie: de logica van de stelling is leidend, niet de werkelijkheid.

Een voorbeeld:

Syllogisme voorbeeld

Volgt de conclusie logisch uit de uitspraken?

Uitspraken:
Je kunt de loterij winnen als je wat loten koopt.
Toch hebben de meeste loterijwinnaars maar één lot gekocht.

Conclusie:
Slechts een paar loterijwinnaars hebben meerdere loten gekocht en daarmee gewonnen.

Klik op het juiste antwoord:

Fout

Juist!

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het correcte antwoord is: Onjuist.

Uitleg:

De conclusie volgt niet logisch uit de uitspraken.

Het klinkt aannemelijk: als de meeste winnaars maar één lot kochten, dan zullen er vast ook een paar zijn geweest met meerdere loten. Maar zo werkt het in deductieve logica niet.

“De meeste” betekent: meer dan de helft. Dus zelfs als alle winnaars precies één lot kochten, blijft de uitspraak “de meeste hebben er één gekocht” nog steeds waar.

We weten dus niet zeker of er ook winnaars zijn geweest die meerdere loten hadden. Daarom is de conclusie niet logisch af te leiden uit de gegeven informatie.


VIT / CIT gratis oefentest

In deze gratis VIT test oefen je met 16 vragen, verdeeld over 4 onderdelen: cijferreeksen, analogieën, rekenopgaven en syllogismen. De vragen komen in willekeurige volgorde en de tijdsdruk is hoog - slechts een halve minuut per vraag - net zoals tijdens het echte VIT assessment.

Wat is de SIT test?

De SIT (Specifieke Intelligentie Test) test vrijwel dezelfde cognitieve vaardigheden als de VIT, maar opgedeeld in losse onderdelen. Je maakt meestal vier aparte subtests: cijferreeksen, analogieën, abstracte figuurreeksen en syllogismen. Elk onderdeel heeft een eigen tijdslimiet en wordt apart beoordeeld. Tussen de onderdelen door krijg je korte pauzes. 

Deze opbouw maakt de test overzichtelijk en stelt je in staat om je per onderdeel volledig op één type vraag te richten.

De SIT (Specifieke Intelligentie Test) lijkt qua opbouw sterk op de VIT. Veel vraagtypen – zoals cijferreeksen, verbale analogieën en syllogismen – komen in beide testen terug. Voor de uitleg, strategieën en voorbeelden hiervan kun je kijken bij de onderdelen van de VIT test.

Wat de SIT uniek maakt, is dat er vaak ook figuurreeksen in voorkomen.

Figuurreeksen

Figuurreeksen toetsen je vermogen om patronen en logische regels in visuele elementen te herkennen. Je krijgt een reeks figuren die volgens een bepaald patroon verandert en jij moet het ontbrekende figuur kiezen dat de reeks correct aanvult. De veranderingen kunnen betrekking hebben op:

  • Vorm (bv. driehoek → vierkant → vijfhoek).
  • Rotatie (bv. een figuur draait steeds 90°).
  • Aantal elementen (bv. er komt steeds een extra symbool bij).
  • Kleur of arcering (bv. zwart-wit → half gevuld → volledig gevuld).

Zo los je figuurreeksen op:

  • Kijk eerst naar één aspect tegelijk: vorm, aantal, kleur, positie.
  • Zoek naar een logische regel die de overgang van het ene figuur naar het volgende verklaart.
  • Controleer of die regel geldt voor de hele reeks.
  • Pas de regel toe op het laatste figuur en kies de juiste vervolgstap.

Twee voorbeelden:

Figuurreeks voorbeeld 1

Welk figuur volgt logisch in de reeks?

Klik op het juiste antwoord:

Fout

Fout

Fout

Fout

Juist!

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het correcte antwoord is (E):

Uitleg:

De hartvorm en de ster schuiven bij elke stap één plek met de klok mee. De cirkel met een kruis en de driehoek schuiven juist telkens één plek tegen de klok in.

Figuurreeks voorbeeld 2

Welk figuur volgt logisch in de reeks?

Klik op het juiste antwoord:

Fout

Juist!

Fout

Fout

Fout

Klik hier voor het antwoord en de uitleg

Het correcte antwoord is (B):

Uitleg:

In elk figuur staan drie vormen. De zwarte cirkel komt steeds terug en beweegt stap voor stap omhoog en omlaag binnen de kolom.

De andere vormen verschijnen telkens in twee opeenvolgende figuren en verdwijnen daarna. De vorm die overblijft (in de laatste stap van links naar rechts) behoudt daarbij dezelfde positie ten opzichte van de andere vorm — niet ten opzichte van de cirkel.


SIT gratis oefentest

In deze gratis SIT test oefen je met 16 vragen, verdeeld over 4 onderdelen: cijferreeksen, analogieën, figuurreeksen en syllogismen. Je krijgt de vragen gesorteerd per onderdeel en je hebt meer tijd dan bij het VIT assessment. 

Close